Kerstkind, door Diny Kloek-Wermink

Kerstkind

Venijnig blaast de wind onder de overkapping van het station.
Reizigers proberen zich warm te houden door rusteloos heen en weer te drentelen.
Het is druk ,zo vlak voor Kerst,iedereen heeft haast. De laatste inkopen moeten nog worden gedaan en hoognodige bezoekjes nog worden afgelegd.
Tussen de wirwar van mensen op het perron loopt een oude dame.
Ze ziet er moe en uitgeblust uit. Haar ogen staan triest in haar grauwe gezicht.
Voorzichtig zoekt ze haar weg, leunend op haar wandelstok en een zwartleren tasje dicht tegen haar borst geklemd.

Af en toe botst er iemand tegen haar aan en maakt gehaast excuses; er trekt dan een vage glimlach rond haar mond en ze mompelt:”Geeft niet”.Er rolt een trein binnen die met veel geknars en gepiep tot stilstand komt. Deuren gaan open en een lawine van mensen stort zich naar buiten en verspreidt zich al snel over het perron. De oude dame sluit achter aan bij een lange rij instappende reizigers. Ze waagt zich niet tussen de ongeduldig haastende mensenkluwen. Rustig wacht ze haar beurt af en stapt dan steunend op haar stok voorzichtig in. Ze schuifelt naar binnen en kijkt zoekend rond naar een plaatsje. De trein is vol en alle plaatsen zijn al bezet. “Deze trein gaat toch wel naar Assen?”vraagt ze zacht aan een jonge moeder ,die met haar dochtertje aan het gangpad zit. “Ja hoor, wilt u misschien hier komen zitten?” “Wij kunnen wel samen op één plaats, gaat u daar maar bij het raampje zitten.” De vrouw trekt haar dochtertje op schoot en laat de oude dame in een hoekje bij het raam zitten. “Dank u wel, dat is erg aardig van u.” Ze zet haar stok in ’t hoekje neer en houdt nog steeds het zwartleren tasje als een kleinood tegen zich aangedrukt.

Een schril fluitje en de trein zet zich in beweging.
Ze zit stil in haar hoekje. Het landschap trekt aan haar voorbij;eerst langzaam maar dan steeds sneller,tot alles tot één lange streep in elkaar overvloeit
Net als het landschap vloeien ook haar gedachten in elkaar over en buitelen over elkaar heen.
Hoe moet ze dit uitleggen? Hoe kunnen ze deze verjaardag vieren zonder boosheid zonder verdriet en verwijten?  Ze zucht diep en grijpt naar haar tasje ; knipt ’t open ; rommelt er wat in en knipt ’t dan weer dicht. Ach ja Anja…Ze zal nu sterk moeten zijn en eindelijk moeten doen wat ze al te lang heeft nagelaten. Ze zucht nog eens diep en kijkt met niets ziende ogen naar buiten.

Met een schok komt de trein tot stilstand
Verbouwereerd kijkt iedereen elkaar aan.”Wat gebeurd er nu?”  “Wat is dit?”
“Een nieuw geintje van de spoorwegen?” vraagt een man zich af.
“Mamma,zijn we nu bij tante Hella?” vraagt ’t meisje aan haar moeder.  “Nee schat de trein staat even stil.” “Waarom?”  “Dat weet ik niet , maar ik denk dat we zo wel weer verder gaan.” “Laten we ’t hopen” zegt de man tegenover haar ; dit is al de tweede keer dat ik dit meemaak deze week.” ”Weer een uur later thuis en dat rond Kerst , noem dat maar eens gezellig!”
De oude dame , die even een beetje was ingedommeld , komt met een schokje overeind.
“Wat is er aan de hand?” Vraagt ze met een  bevende stem.
Ze kijkt wat zoekend om zich heen en klemt dan meteen haar tasje weer tegen zich aan als een drenkeling die zich vasthoudt aan een laatste rietstengel.
“We staan stil, we brengen hier de Kerstdagen door” grapt een man.
“O nee , dat kan niet, mijn dochter wacht op mij , ik moet echt op tijd bij m’n dochter zijn”.
“Mevrouw, we staan hier midden tussen de weilanden, in het land van niks en nergens,
we zullen moeten wachten tot de N.S. een oplossing voor ons in petto heeft.”
De oude dame stamelt nogmaals:”O nee, nee nee laat dat niet waar zijn.”
“Ik moet echt op tijd in Assen zijn.”
Op dat moment galmt er een stem door de luidspreker: “Attentie , attentie , er is een storing opgetreden in het elektriciteitsnet, we zullen proberen dit zo snel mogelijk te verhelpen.”
“Alle reizigers moeten rekening houden met vertragingen.” “Dank U.”
Bij het horen van die boodschap krijgt het gezicht van de oude dame een asgrauwe kleur.
“Het gaat niet lukken” kreunt ze.  “Het gaat weer niet lukken.”  Ze drukt haar tasje als een verloren kind tegen zich aan. Haar magere handen spelen nerveus met de sluiting Open…dicht….open …dicht….
Langzaam zoekt een dikke traan haar weg omlaag…. Dan begint ze gejaagd en stotend te ademen. De greep om haar tasje verslapt en zachtjes glijdt ze onderuit.
Even ontstaat er vorm van paniek in de coupé. Ze zal toch niet……hier midden tussen de weilanden..!  De jonge moeder naast de oude dame grijpt haar pols en tot haar opluchting voelt ze die zacht kloppen…
 Het kleine meisje kijkt met grote verwonderde ogen naar de onderuitgezakte dame.
“Is die oma ziek mamma?”vraagt ze. “Moet ze naar de dokter?”Ja schat die oma is ziek, en er komt vast zo een dokter.”  Maar is er wel er een dokter in de trein? Is er een AED apparaat ?
Een verpleger , die een eindje verderop in de trein zit, brengt uitkomst.
Hij legt de oude vrouw wat comfortabeler neer en vraagt of iemand wat te drinken bij zich heeft.
De jonge moeder haalt een flesje water en een plastic bekertje uit haar tas. Goed dat ze wat  te drinken heeft meegenomen  voor haar dochtertje!
De verpleger legt zijn arm om de schouders van de oude dame en tilt haar hoofd wat omhoog.
Dan giet hij voorzichtig een beetje water tussen haar lippen.Ondertussen spreekt hij de vrouw aan:”Mevrouw, wakker worden…. hoort u mij….mevrouw luister eens…”
Even opent ze haar ogen,ze kreunt en begint dan geluidloos te huilen…
Dan grijpt ze opeens wild om zich heen en snikt: “Mijn tas..waar is mijn tas…geef me mijn tas terug….ik mag hem niet verliezen..!”
“Rustig aan mevrouw,uw tas is hier wel.” “U moet kalm blijven,u bent zojuist flauw gevallen en u moet nu eerst even rustig wat bijkomen.”
“Geeft u mij m’n tas…ik wil hem vasthouden…ik wil hem bij me hebben..”
“Goed mevrouw, hier is ie..” “M’n dochter ziet u , ik moet naar m’n dochter.” “Morgen is ze jarig en ze wacht op me in Assen.”
Iedereen heeft met haar te doen en wil haar zo goed mogelijk helpen.
Met vereende krachten wordt ze overeind geholpen en aan beide kanten gesteund.
“Ik moet ook naar Assen”, zegt de verpleger. “Ik zal er voor zorgen dat u bij uw dochter komt.”
Een krakende stem meldt dat het euvel verholpen is en dat de reizigers hun reis kunnen voortzetten
Tien minuten later komt de trein in Assen aan.
De oude dame verlaat, aan beide kanten gesteund, de trein. In haar handen klemt ze het zwartleren tasje.

Ze zitten ieder aan een kant van de tafel,moeder en dochter.
Anja viert haar verjaardag. Vierenzestig wordt ze vandaag.
Geboren op Kerstavond 1945.
 Een Kerstkind, geboren in vrede; de verschrikkingen van de oorlog nog vers in ’t geheugen.
“Vorig jaar was vader er nog” zucht Anja.
”Wat kan alles toch ineens anders worden.”
“Ja kind, alles is anders” fluistert haar moeder. Ze leunt achterover in haar stoel en sluit haar ogen. “Voel je je wel goed moeder?” vraagt Anja bezorgd.”Die vervelende treinreis van gisteren,en die flauwte die je hebt gehad; heb je daar trouwens wel meer last van?”

“Nee meisje,ik heb last van mijn geweten;’t klaagt me aan!”

“Ik moet je iets vertellen,iets dat ik al veel eerder had moeten doen,maar waarvoor ik de moed niet had.”  “Ik had voor mezelf de knoop doorgehakt en besloten je het vandaag te vertellen, maar toen de trein opeens stopte kreeg ik het te kwaad en viel ik flauw.”

“En nu, je vader; we hadden het over je vader.”Met een resoluut gebaar haalt ze het zwartleren tasje tevoorschijn;ze doet het open en haalt er een vergeelde enveloppe uit met daarin een dichtbeschreven velletje papier en een kleine foto. Dan fluistert ze zacht: “Hij is je vader; je biologische vader.” Er valt een diepe stilte. Dan schudt Anja haar hoofd en zegt ongelovig; “Nu…… na meer dan 60 jaar?” Ze pakt de foto en ziet een vrolijk lachende jong man in een Canadees uniform. “En niemand wist ‘t?”    Ze kijkt haar moeder vragend aan.

“Nee niemand wist ‘t…..ook je vader niet.” Alleen ik…en hij….’t Was nog maar net…Ik was nog maar een paar weken over tijd…je vader en ik zouden in mei trouwen….we waren verloofd…de trouwerij ging door..en jij werd op Kerstavond geboren. …een zevenmaands kindje. Je was klein en levendig…niets aan de hand ; zo leek het…

De moeder grijpt de hand van haar kind en zucht;”Ik moest het je zeggen,mijn geweten heeft me al die jaren niet met rust gelaten.”

“Nu heb ik eindelijk rust.”

Op de tafel ligt,totaal vergeten en achteloos achtergelaten,een zwartleren tasje….

 

 

 

Nieuwsitems:

Share to Facebook Share to Twitter Share to Linkedin Share to Google 
PGT SocialWeb - Copyright © 2010 by pagit.eu
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Nieuwsbrief: